Toen ik nog net geen baardgroei had ontwikkeld hing er destijds een gigantische poster van “Terminator 2 – Judgment Day” aan mijn slaapkamerdeur. Arnold Schwarzenegger had halfweg de jaren ’80, begin de jaren ’90 deze iconisch actiefiguur, “The Terminator” mee tot leven gebracht. James Cameron, de bedenker, de bezieler, de regisseur van deze films, had het personage enige tijd voordien ziek te bed bedacht terwijl hij er koortsig naar het plafond lag te staren.

“It can’t be bargained with. It can’t be reasoned with. It doesn’t feel pity, or remorse, or fear. And it absolutely will not stop, ever, until you are dead.”

Het zou een leugen zijn mocht ik niet schrijven dat beide films een diepe indruk bij me hebben nagelaten.  Een cyborg waarbij een gepantserd endoskelet omgeven door levend menselijk weefsel in de tijd wordt teruggezonden om met geweld de toekomst te veranderen. Zoals de Amerikaanders het zo sappig kunnen verwoorden: “I was blown away!” Het is moeilijk om concreet te verklaren WAT me deed warm lopen voor deze films. Het gevoel was er gewoon, en meer is er eigenlijk niet nodig. Enerzijds de stoere macho-achtige actie die ondanks het futuristische gehalte (het is en blijft een Sciencefiction film) best realistisch overkwam. Het verhaal dat prima uitgedacht was en best wel sentimenteel kon worden met momenten anderzijds.

“What the fuck is Terminator Genisys?” 

Deze onheilspellende SMS kreeg ik van een goede vriend, eveneens grote fan van de oorspronkelijke verhalen, die de laatste film in de Terminator-franchise naar alle waarschijnlijkheid net had lijdzaam had ondergaan. Toen ik de trailer, het voorproefje dus, van de film “Terminator Genisys” online had bekeken en ik enkele scenes via het medium YouTube had weten te ontdekken, wist ik op voorhand dat ik voor deze film nooit in mijn geldbeugel zou tasten.  Alhoewel ik voorheen wekelijks wel in de filmzalen te vinden was, krijg ik stilaan mijn buik vol van de goedkope “popcornflix ” dat Hollywood mij koste wat kost in de strot wil duwen.

James Cameron had nochtans, een beetje tegen mijn gevoel in, pogingen ondernomen om me te overtuigen dat ik deze prent echt wel moest bekijken. Hij richtte zich immers als stamvader van de oorspronkelijke films, aan de trouwe fans die zich destijds even trouw aan zijn zijde hadden geschaard.  Het vermoeden dat de portefeuille in zijn broekzak betrekkelijk leeg moet zijn geweest, deed mij echter sterk vermoeden dat hij naar alle waarschijnlijkheid gewoon een onderdeel van het marketinginstrument was geworden.

Ziek zijn, hoeft blijkbaar niet altijd negatief te zijn.

 

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: