Eerder dit jaar verloor ik een vriend die pakweg 10 jaar jonger was dan mijzelf op, laat ons zeggen, tragische wijze. Het had een serieuze impact op me, véél meer dan ik begin dit jaar wou durven toegeven. Vooral omdat ik hem kort voor de effectieve daad nog moed had ingesproken via de telefoon.  Zo ben ik wel, een beller. Ik kan uren aan de telefoon hangen en haal daarmee ongetwijfeld een nominatie als stereotype teeniebopper voor diverse geplamuurde Hollywood films. Met uitzondering dat ik dan niet op mijn bed lig met de benen in de lucht, suckend op mijn haar en een potlood achter het nog andere beschikbare oor.

Later dit jaar verloor ik ook, kort na het schrijven van het schrijfsel “Groene Vingers“, de oom die ik in datzelfde schrijfsel in de beginalinea had omschreven als de persoon die zowel visueel als karakteristiek een blueprint van mij bleek te zijn. Alhans, zo heb ik het toch altijd gehoord van mijn familie en zo heb ik het ook altijd proefondervindelijk ondervonden toen we met de familie samen waren.

Het deed verdomd vreemd zijn oudste zoon enkele weken geleden op de koffie te hebben. Ik drink wel nooit koffie, maar je snapt het wel. Een jongen die ik door omstandigheden al geruime tijd niet meer had gezien, die destijds nog een melkmuil was maar die nu toch al een serieuze vent was geworden. Kort na het overlijden van zijn vader, mijn oom dus, had ik mijn nek uitgestoken om een zogenaamde troostende schouder aan te bieden, maar had er niet op gerekend dat ik die effectief ook ging moeten gebruiken. Wat zeg je aan je neef die dezelfde leeftijd had van Tim had en die een paar maanden terug zijn vader heeft verloren? Niks. Simpelweg niks. Je hoeft ook niks te zeggen, daar gaat het uiteindelijk ook niet om, want het enige wat je kan doen is luisteren in de hoop de dingen voor jou persoonlijk ook een plekje te kunnen geven.

I had a dream… Nee, geen droom in de betekenis van Martin Luther King maar zo een erg afgrijselijke droom waarbij je na het ontwaken merkt dat  je slaapkledij vaccuumgezogen aan je borstkast plakt, waarbij je wakker wordt en je voelt dat je traankanalen zonder dat je het zelf hebt gemerkt hun werk hebben gedaan en waarbij je meteen een ijskoud gevoel hebt ondanks de vaststelling dat je toch begraven ligt onder x-aantal cm dekbed.  In mijn geval was het er ééntje waarbij alle overleden familieleden en Tim mij het vuur aan de schenen legden en mij de meeste absurde en wrede dingen verweten. 1 voor 1 stonden ze aan mijn voordeur, elk afzonderlijk, tot ze alle 6 aanwezig waren om hun verwijten op me af te vuren.  6 mensen, die er niet meer zijn, die me confronteerden met absurde vijandige theorieën, 6 hersenspinsels, want dat is het uiteindelijk, die me “op de man af” aanvielen en hun overlijden mij in de schoenen probeerden te  schuiven. Het deed me achteraf denken (want ja zo redeneer ik wel vaker) aan de 6 demonen vanuit de film “The Exorcism Of Emily Rose“, waarbij het meisje Rose werd belaagd door 6 Duivelse demonen en amper verweer had.

Zelden ben ik letterlijk zo van slag geweest na een droom…. jawel… een droom. Een chemische reactie in de grijze gekartelende  kipkap onder mijn schedel. Klikt erg…weird,… alhoewel dat zeker niet zo is.  Ik heb een soms erg levendige fantasie weetjewel en ik probeer alles in het leven zo simpel mogelijk te verwoorden omdat ik geen voorstander ben van ingewikkelde theorieën waar ik zelf toch geen flikker van begrijp.  Dat merk je misschien wel als ik sporadisch mijn schrijfseltjes aan het neerkribbelen  ben, overgoten met een sausje van humor, filosofie en cynisme.  Ik schrijf heus niet alles wat ik meemaak op deze blog. Dat hoeft ook niet.

Tegen mij neef zei ik op een bepaald ogenblik dat “communiceren de uitlaapklep van de ziel is”.  De ene gaat tekenen, een ander speelt muziek. Ik schrijf verhaaltjes.

Hij begreep het.

 

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

%d bloggers like this: